Invloeden op de kerk

De gemeente Gods was in het begin een met de Heilige Geest vervulde gemeenschap gefundeerd op de wet en de profeten en het onderwijs van Jezus. Maar allengs kregen ook andere denkstromingen invloed op die gemeente. Dat heeft langzamerhand een kerk voortgebracht die nog maar in de verte lijkt op wat de eerste gemeente in het begin was. Het Joodse karakter en het door de Geest bruisende en levendige is er van af.

Als we de invloeden op de kerk kennen en haar gevolgen, kunnen we hierover bezinnen, onze situatie overdenken, komen tot belijdenis en nadenken en bidden over een andere koers en die dan ook opgaan. De klok terugdraaien zal niet gaan. Maar het Joodse en het van de Geest vervulde zoals in de oorspronkelijke gemeente is onmisbaar. Het zal een koers zijn waar we veel opnieuw moeten leren. Een koers met vallen en opstaan. Het lijkt me voor gevestigde kerken haast niet te doen maar voor groepen die pionieren moet het haalbaar zijn.

1. Invloed vanuit het traditionele jodendom op de kerk
Als je de evangeliën leest, merk je bij Jezus een totaal loyale houding naar de Wet en de Profeten, maar een andere houding als het gaat om het traditionele jodendom. Jezus hield zich niet aan de regels voor de sabbat door aren te plukken en door mensen te genezen bijvoorbeeld. Jezus spreekt de Farizeeën er ook scherp op aan dat ze hun eigen regels boven die van de Wet stellen. Als er goede zaken waren in de traditie dan gebruikte Jezus die wel zoals het gebruik om water te scheppen op de grote dag van het Loofhuttenfeest.

De eerste tientallen jaren is er op diverse plaatsen grote invloed van het traditionele jodendom op de kerk geweest. Er was het idee dat je door die uitvoerige lijst met regels uit de traditie na te leven je het eeuwige leven kon verdienen. Paulus keert zich daar tegen. Je kunt dat lezen in de brief aan de Galaten en die van de Romeinen. Daarentegen helpen de geboden van de Thora genoemd wel om gezond te leven en dichter bij God te zijn.

Was dit een invloed, die in het begin van de kerk een groot gevaar was. De invloed verdween toen de band met Israël, het Oude Testament, de Joodse broeders langzamerhand steeds minder werd.

2. De invloed van het Griekse denken.
Al direct kreeg de kerk ook te maken met invloed van het Griekse denken. Paulus schrijft er in 1 Kor 15: 35- 58 al over. Grieken die onderscheid maakten tussen de hogere geest/ziel en het lagere lichaam. Paulus was faliekant tegen dat onderscheid.

Met de afnemende invloed van de Hebreeuwse wet en de profeten op de kerk, nam de invloed van het Griekse denken toe. De meeste kerkvaders hadden geen Joodse achtergrond, verstonden het Hebreeuws ook niet goed. In die tijd was het werk van de Geest nog krachtig. Met hun charisma hadden ze grote invloed op de geleidelijk veranderende koers van de kerk.

Die invloed van het Griekse denken is in de kerk doorgegaan. De al-woorden (almachtig, alwetend, alom tegenwoordig etc), de drie-eenheid, het begrip eeuwig als een oneindig lange tijd. Manieren van denken, die vreemd zijn aan het Hebreeuwse denken van de Bijbel.

3. De invloed van de Romeinse heersers.
De invloed van het Romeinse rijk kreeg vooral vorm toen de kerk een staatskerk werd. De Romeinse heersers wilden geen onderlinge tegenstellingen in het rijk. Men wilde één kerk die te controleren was en daarnaast geen andere kerken, die niet te controleren waren. Die kerken moesten verdwijnen.

De Romeinse kalender werd in de kerk geïntroduceerd, een nieuwe dag begon nu om 12:00 ‘s nachts, de nieuwe maan had geen betekenis meer, de zondag werd de rustdag, gelijk aan die van de Romeinse godheid. Pasen werd ook anders in de kalender gezet, het pesachmaal verviel. Pinksteren is nu na 49 dagen. Van het Loofhuttenfeest wilde men af. Het verwijst naar een toekomstig, niet Romeins rijk, met een Messias nota bene, dat moest zeker worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam kerstfeest, het vroegere midwinterfeest.

Voor heersers is een machtstructuur in de kerk handig. De diensten moesten minder spontaan. De kerkbankjes kwamen en de preekstoel. Liefst ook nog een standaard liturgie en standaard preken. Zo hou je alles mooi onder controle.

4. De invloed van de godsdiensten van de volken.
Niet alleen de zondag, maar ook het Paasfeest en het Kerstfeest bevatten elementen van de godsdiensten van de volken. Vanuit de godsdiensten van de volken was er ook een andere houding tegenover God. Een houding met minder vertrouwen: ‘je weet nooit of God je gunstig gezind bent’. Ook een andere houding bij het gebed: ‘handen gevouwen en hoofd gebogen’. En het gevoel dat we niet-verantwoordelijk zijn. De godheid bepaalt alles. Wie kunnen niets. Wij zijn niets. Dat zijn ook nog van die invloeden.

Hadden steden en streken eerst een bepaalde ‘patroon’, die hen beschermde, nu kregen ze vaak een ‘heilige’ die de stad of de steek beschermde. De heilige had een uitstekend voorbeeld gegeven om na te volgen. Maar was het verstandig om deze nu ook de nieuwe ‘patroon van de stad of streek te maken? Was er daarmee wel voldoende onderscheid met vroeger?

5. Afscheid van het bovennatuurlijke.
In de Rooms Katholieke kerk was nog aandacht voor het bovennatuurlijke. Bij de reformatie, althans bij de ‘gereformeerde’ tak, kwam de overtuiging dat het beter was je helemaal niet meer te richten op tekenen en wonderen.

De tekenen en wonderen van Jezus waren er vooral om aan te tonen dat Jezus de zoon van God was. Het doel om van die tekenen en wonderen te leren en ze na te volgen werd niet meer gezien.

Overweging
De Paus heeft het in dit verband over een vork. De steel is Israël, de ene tand van de vork, de kerk heeft zich in een bepaalde richting ontwikkeld en de andere tand van de vork de joden hebben zich in een andere richting ontwikkeld.

Beide hebben nu een afstand met Israël. Zou dit de wens van God zijn? Natuurlijk niet. Ga daarom op weg met het oude plan van God met Israël en wij de volken buiten Israël als in Israël ingelijfd.

Healing Rooms Gouda